Kleinschalige collectieve warmte voor platteland in kaart

Geplaatst op 09-12-2022 door Stichting Warmtenetwerk

Naast de individuele all electric-route kunnen kleinschalige collectieve warmtesystemen een oplossing zijn voor het aardgasvrij maken van dorpskernen in plattelandsgemeenten. Een verkenning van het Programma Aardgasvrij Wijken (PAW) benoemt de mogelijkheden.

 

Grootschalige warmtenetten en wijkgerichte oplossingen zijn voor het platteland logischerwijs vaak geen optie, stelt PAW in de Verkenning kansen en mogelijkheden plattelandsaanpak aardgasvrij. Want: een plattelandsgemeente bestaat uit meerdere dorpen en kleine kernen met daartussen landelijk gebied. In de dorpen en kernen zelf staan bovendien woningen van verschillende bouwjaren, oude boerderijen, kerken, scholen – kortom: een mix van allerlei soorten gebouwen met een uiteenlopende warmtevraag. 

Een grote groep plattelandsgemeenten keek onder de vlag van het Kennis- en leerprogramma Aardgasvrije Wijken onder meer naar de technische oplossingen die voorhanden zijn voor het platteland en plattelandsdorpen. All electric wordt daarbij gezien als meest kansrijke oplossing voor het grootste gedeelte van de gebouwde omgeving. Dat geldt in elk geval voor het buitengebied. Voor dorpskernen kunnen ook kleinschalige collectieve warmtesystemen een uitkomst zijn. Al blijft dat “maatwerk”, zo stelt de verkenning.

De volgende collectieve technieken worden in de verkenning als kansrijk bestempeld voor plattelandsgemeenten:

  • Lage-temperatuur-warmtenetten

  • Micro-warmtenetten

  • Hybride PVT-panelen als bron voor micro-warmtenet

  • Groen gas

  • Zonthermie 

 

Praktijkvoorbeelden
Als praktijkvoorbeeldproject van hoe het kan met zonthermie wordt in de verkenning het dorp Nagele in de Noordoostpolder genoemd. Bij het project Nagele in Balans voorziet de combinatie van zonnecollectoren op de daken en een grote ingegraven thermische buffer daar sinds december 2021 acht woningen en een school naar volle tevredenheid van warmte en warm tapwater.

Groen gas is de inzet in de Groningse dorpen Nieuwolda (gemeente Oldambt) en Wagenborgen (gemeente Eemsdelta). Daarbij wordt wel eerst geprobeerd om de warmtevraag terug te dringen door de woningen te isoleren.

Warmtenetten met lagetemperatuurbronnen kunnen volgens het Expertise Centrum Warmte (ECW) in sommige gevallen in kleinere clusters worden uitgevoerd. Een warmtenet op basis van aquathermie bijvoorbeeld kan rendabel zijn vanaf 50 woningen, stelt ECW. Bij een minimale bebouwingsdichtheid van ongeveer twintig woningen per hectare.

 

Lessen
Bij het ontwikkelen van kleinschalige collectieve warmtesystemen zijn procesafspraken en administratie aandachtspunten, stelt de verkenning verder. “Als je alleen de bron deelt (zoals bij een warmtenet op basis van luchtwarmtepomp), heb je minder procesafspraken en financiële administratie dan bij een opweksysteem.”

Ook wijst PAW op het feit dat het aantal woningen niet altijd het meest belangrijk is voor de haalbaarheid van een collectieve oplossing. Wie het gebouw in eigendom heeft is ook van belang. Eén grote afnemer – bijvoorbeeld een zorginstelling – kan daarbij een groot verschil maken voor de haalbaarheid van een kleinschalig warmtesysteem.

Auteur:
Paul Diersen

Lees ook onze andere berichten